Samenvatting
HuppelDePup 2004
nummer 1 nummer
2 nummer 3
HuppelDePup 2004 nummer 1
Het Voorwoord wordt in dit eerste nummer van het
nieuwe jaar traditiegetrouw geschreven door voorzitter Joop van Campen, in een
stukje over de Knipseldienst vraagt Frans Renssen vrijwilligers voor het
"knippen" van advertenties voor het Verenigingscentrum. En dus voor u.
Hierna een stukje over dit Verenigingscentrum en zijn collecties.
Ook hiervoor is nog hulp welkom.
Daarna aandacht voor de gratis Voorlichtingsbijeenkomsten die i.s.m. de
Groninger Archieven worden georganiseerd en een programma over de lezingen die
gehouden worden. Dit waren o.a. een lezingencyclus over religieuze geschiedenis
in Groningen, getiteld: ‘Uw God, mijn God? Over geloven en geloofsstrijd in
Groningen’ en de Afdelings-Leden-Vergadering
In Genealogisch voorstellen stellen Nico de Oude en Antonia Veldhuis
nieuwe leden voor. Deze keer waren dat mevr. A.A.M. Stark uit Nieuwegein
(onderzoek naar fam. Stark en naar Duin en Kruize, andere hobbies: fotograferen,
lezen, grasparkieten), dhr. H. Luining uit Holwierde (onderzoek naar
Luining, Veenstra, Wedema en Holt, andere hobbies filatelie, orchideeën en
fotograferen), dhr. O.D. Kuipers uit Hengelo (onderzoek naar Kuipers,
Wemmi, Veenhoven en Zweep, andere hobbies: schaatsen en fietsen en verzamelen
vanpostzegels met stempel "Groningen") en dhr. J.D. Sterenberg uit Uithuizermeeden (onderzoek naar de namen Ste(e)renberg in Groningen en
omgeving, die t.z.t. een artikel wil schrijven over zijn onderzoek).
Van de bestuurstafel is de rubriek over B + B (Bestuur en Beleid)
door Thijs IJzerman die schrijft over de Algemene Vergadering van 13
september 2003 die in het teken van
de voorgestelde aankoop van het huidige Verenigingscentrum (VC) in Weesp ging en
ander nieuws dat op dat moment belangrijk was, zoals de begroting en de door de
NGV gehouden enquête.
Het artikel Appoin(c)tementen en regesten, geschreven door Antonia
Veldhuis, gaat
Antonia Veldhuis gaat over "leuke" zaken die ze vond in het
Statenarchief (toegang 1) inventaris nummer 11. Honderden predikanten-,
schoolmeesters- en professorenweduwen, militairen (genoemd met hun kapitein) en
lamme, blinde en onnozele mensen die tussen 1648 en 1652 steun kregen kwam ze
tegen. De meeste hulpbehoevenden kregen 52 gulden per jaar, de weduwe van
professor Meivardi stond genoteerd voor 300 gulden, de krankzinnige student Jan
Hoppinck kreeg 208. Een paar bijzondere zijn er uitgelicht (zie HDP). Hierna
aardige vondsten uit klapper 189, requesten verzameld uit RA III a, de jaren
1601–1614.
De Kwartierstaat van Eelke Eelkes Huizinga werd geschreven door Bert
Kranenborg.
1. Eelke Eelkes Huizinga, arbeider, winkelier, huisschilder,
stoeldraaier, geb. Sappemeer 9-4-1806, overl. Winschoten 30-10-1890, tr. (1)
Hoogezand 28-11- 1835 Tonnisje Willems Meijers, natuurlijke dochter van
Roelfien Harms Meijers, ged. Gieten 7-12-1806, overl. Hoogezand 2-10-1850; tr.
(2) Hoogezand 8-9-1853 Grietje Huizeling, dr. van Jan Lammerts Huizeling
en Geertruid Harms Bouwman, geb. Sappemeer 8-6-1817, overl. Kalkwijk 5-11-1886.
2. .......
Noot Webmaster: op verzoek van de auteur verwijderd van deze site.
Geïnteresseerden kunnen uiteraard dit nummer van de HDP aanschaffen.
Of contact opnemen met de auteur ......:)
Willem G. Doornbos zorgde ook dit nummer weer voor een naamlijst. Deze keer
is dat
Huizenbezitters rondom de Grote Markt, 1669. Eigenaren van huizen rondom de
Brede Markt [= Grote Markt]. In combinatie met het boek van W.G. Doornbos en
D.F. Kuiken, Burgervaandelen van de stad Groningen, Een bevolkingslijst uit
1659 (Groningen 1993) kunnen hiermee al heel redelijke resultaten worden
geboekt; een gedeeltelijke bewonersgeschiedenis van één of meer huizen lijkt
zeker mogelijk.
Voor de lijst moet u HuppelDePup raadplegen.
Een toevallige genealogische "ontmoeting" is een artikel van Koos Gräper wat begint met:
Wandelend over een van de grootste, zo niet de allergrootste, begraafplaatsen
van Europa, het Ohlsdorfer Friedhof in Hamburg, werd mijn aandacht getrokken
door een pijl die mij de weg wees naar de Garten der Frauen. In dit deel van de
begraafplaats zijn de graven te vinden van vrouwen die medebepalend zijn geweest
voor (een deel van) de geschiedenis van Hamburg. Daar aangekomen zag ik meteen
de herdenkingssteen die het graf van ene ‘Mutter Veldkamp’ markeert.
Nu zou dat op zichzelf niet een "adrenaliniserende ontmoeting" hebben
hoeven zijn, ware het niet dat ik al enige tijd in de Groninger Archieven bezig
was (geweest) met een familie Veldkamp, oorspronkelijk afkomstig uit de omgeving
van Ezinge en Sauwerd. Mijn nieuwsgierigheid naar deze vrouw, van wie de
volledige naam Anna Wilhelmine Catharina Veldkamp bleek te zijn, was volop in
beweging gekomen. Dit gevoel werd vervolgens nog versterkt door de informatie
die in deze Garten middels een korte beschrijving van de hier begraven vrouwen
in een "aluminium multoband" wordt gegeven (zie foto volgende
bladzijde).
Over Mutter Veldkamp valt te lezen dat zij de eigenaresse was van een café op
de Hamburger Dom, dat plaats bood aan 1200 gasten. Deze Hamburger Dom kan het
best omschreven worden als een groot terrein in het stadsdeel Sankt Pauli, dat
hedentendage ondermeer gebruikt wordt als kermisterrein. De associatie met een
kerkelijke bestemming bestaat op dit moment zo te zien in het geheel niet
(meer). Het Café Veldkamp heeft zijn oorsprong in een door haar grootmoeder
begonnen suikerwarenhandel in … Groningen! Zou er dan misschien een verband
kunnen zijn tussen "mijn" familie Veldkamp en deze Mutter Veldkamp?
Immers, ik had in Groningen al geconstateerd dat in de Noordgroninger familie,
zoals ik die inmiddels in mijn genealogieprogramma (Reunion) had ingevoerd, ook
enkele personen waren die in de stad Groningen een suikerwarenhandel hadden.
Voor verder onderzoek hierover raadplege men HDP, evenals voor de korte (deel)
genealogie van Sijmon Pieters Veldkamp, geb. Sauwerd (Adorp) 21-7-1835,
broodbakker (1861), overl. Hamburg (D) 17-4-1900, tr. (1) Appingedam 28-4-1859
met Aletta Steenhuis, geb. Appingedam 25-8-1838, overl. Groningen
28-7-1860 (Zuiderdiep 56), dochter van Hindrik Pieters Steenhuis en Grietje
Hindriks Bos. Hij tr (2) Groningen 10-2-1861 met Margrietha de Bruin,
geb. Groningen 21-5-1832, overl. Hamburg (D) 25-2-1904, dochter van Pier de
Bruin (1800 – 2-7-1850) en Wilhelmina Luckhaus (28-10-1807 – 27-3-1844).
Petronella J.C. Elema schreef Om de nalatenschap van Pieter Julles
(Bosch). Een artikel dat ontstond n.a.v. een oproep in de Drentsche Courant
van juli 1825 (Drentsche Courant, no. 58, 59 en 60, vrijdag 22, dinsdag 26 en
vrijdag 29-7-1825) tot opsporing van ene Trijntje Pieters, die kort tevoren in
Drenthe was gesignaleerd. De advertentie, die tot driemaal toe verscheen en een
premie van niet minder dan ƒ 25 in het vooruitzicht stelde aan degene die haar
bij de familie kon terugbezorgen (!), was afkomstig van haar broer uit het
Groninger dorp Winsum, die de erfenis van hun vader liever niet verdeelde zonder
dat zijn zuster zelf aanwezig was...
Verder lezen in HuppelDePup!
Thije Crans (1580-1622), brouwer in de stad Groningen is een artikel van de
hand van A. Crans uit Breda.
Inleiding
Het onderzoek naar mijn voorouders strekt zich over een groot aantal jaren uit.
Omdat ik in Friesland geboren ben en mijn ouders en grootouders ook,
veronderstelde ik dat mijn gehele voorgeslacht uit deze provincie zou komen.
Maar later bleek, dat de Friese Crans’en oorspronkelijk uit de stad Groningen
kwamen.
Omstreeks 1630 komt Dirck, een zoon van Peter Crans van Groningen
naar Leeuwarden. Een broer van hem, Klaas, is in 1657 burger van Kollum.
De andere drie kinderen van Peter blijven in Groningen wonen. Peter is een zoon
van Johan Crans, van wie in 1664 gezegd wordt: "Jan Piters geslagt
is groot geweest, 5 sonen en 5 dogters, en hebben dese navolgende kinderen en
kintskinderen nagelaten, diewelcke sijn volle nighten en neeffs kinderen, en
konnen tesamen uitbrengen 97 personen, soo noch tegenwoordigh in het leven sijn.
Actum Groningen den 13 Martius 1664 bevonden".1 Dan volgen de
namen van de tien kinderen en het getal van hun nakomelingen.
De Crans’en vervulden in de stad Groningen verschillende bestuurlijke
functies, zoals raadsheer, secretaris/syndicus, convooimeester en ontvanger der
licenten, rentmeester, advocaat en stadsdienaar. Als brouwers en kooplieden
waren ze actief in hun gilden. Het militaire vak werd door hen beoefend, evenals
het predikantschap.
In de Groningsche Volksalmanak van 1911 staat vermeld: "Burgemeesters of
staatslieden heeft het geslacht Crans, Cranssen of Cransjen niet opgeleverd, zij
hebben zich tevreden moeten stellen met de lagere regeringsambten als lid der
gezworen meente, gildrechtsheer, busheer, enz. Luitjen Cransjen was de
enige in de familie, die op het raadsheerlijk kussen heeft gezeten". Dat is
niet helemaal waar, want ook Jacob Cranssen was een groot aantal jaren
(1764–1775) raadsheer van de stad.2
Men zou kunnen zeggen dat zij in de stad, vlak onder het hoogste gezag, de
Burgemeesters en Raad, een behoorlijke positie bereikten en behoorden tot het
stedelijk patriciaat. Hun dochters waren dan ook goede partijen en we zien
familierelaties met bekende Groninger geslachten Tjassens, Wolthers, Meinardi,
Ottens, Tjaden, Birza, Hamming, e.a. Hier en daar heb ik die relaties wat verder
uitgewerkt om te laten zien hoe verweven de families soms waren.
Een lid van de familie Crans, Willem Jacob Cranssen, vertrok in 1779 als
soldaat naar Nederlands Indië en bracht het tot lid van de Raad van Indië.
Zijn dochter Catharina Rica trouwde met Petrus Theodorus Couperus, een kleinzoon
van hen is Louis Couperus, de bekende schrijver. De Indische tak Cranssen
is in 1883 met de dood van Jan Willem C.A. von Gagern Cranssen uitgestorven.
De naar Friesland vertrokken Crans’en boerden ook niet slecht. In deze tak
komen veel predikanten en militairen voor, maar ook klok- en kanongieters en
later landbouwers. Een van hen, Jan Crans, ging, om zijn grote schulden
te kunnen voldoen, ook naar de "Oost" en werd o.a. in 1765 opperhoofd
van de V.O.C. op het eiland Deshima in Japan.
Hieronder volgt een gedeelte uit de Genealogie Crans, nl. dat over Thije
Crans.
Thije past in de Genealogie, als volgt:
I. Johan Harmens Crans ca 1554 Johanna Gestma
I.1 = II.1 Harmen Crans ca 1593 Aaltje Lamberts
I.2 = II.2 Luitje Crans ca 1580 Hendrikje Sickens
II.2.1 = III.4 Thije Crans 1615 Reinouw Tonnis; zie
verder hieronder
III.4.1 = IV.5 Roelof Crans 1648 Trijntje Eyssens
III.4.2 Jantje Crans 1649 Harmen Rhoda
Thije Crans (zoon van Luitjen Crans (II.2) en Hendrikje Sickens), geb.
Groningen ca. 1580, brouwer, overl. 1622, tr. Groningen 29-6-1615 Reinouw
Tonnis.
In het gildrechtboek staat in 1603 Thije met zijn broers Jan en Sicco vermeld
onder de olderman Arend ter Braak.
Thije en Reinouw trouwen op 29 juni 1615 (otr. op 13 mei) en gaan in de
Bruggestraat (bij zijn ouders ?) wonen. Reinouw was een dochter van Tonnis
Hendriks en Gese Luinghe.
Thije leent al in augustus 1615 tweehonderd daler uit aan zijn schoonvader tegen
een rente van 7%.3 Hij boert kennelijk goed, want hij verstrekt ook
aan anderen geld en hij int landhuur van Krijn Jansen (zie bij II.2.3b).4
Hij is niet oud geworden, in oktober 1622 wordt zijn vrouw als weduwe vermeld,
zij verzoekt aan Heepke Gelts om betaling van een schuld wegens geleverd bier.5
Als voormond over zijn vier kinderen wordt op 13 maart 1623 benoemd vaandrig
Willem Drewes 6 en als voogden zijn oom Berend – later in diens
plaats Thije van Heeck, een vriend van zijn vader Luitjen (zie II.2.3b) - en
Johan Krijns. De laatste is getrouwd met Thije’s tante Dirkje (zie I.6).
Nadien treden als voogden op Johan Hindricks (Pott), gehuwd met Almoedt Crans
(zie II.1.1) en Sicco Crans, Thije’s broer. Van zijn vier kinderen zijn alleen
van Jantje en Roelof Crans meer gegevens bekend.
Op 16 januari 1623 hertrouwt Reinouw te Lutjegast met Harko Pappema, afkomstig
van Dorp, onder Grootegast, zoon van Saerk Pappema en Harryt Bersma. Bij het
sluiten van hun huwelijkscontract op 11 januari was Thije’s oom Berend Crans
haar getuige, van hem waren, behalve zijn ouders, aanwezig zijn zuster Eelckje
Bersma met haar curator Sipke Botes en Valerius Elema. Zij "bekanden en
beleden dat sie ter ehre Godes almachtich ende ter vermeerderinge Christliches
geslachtes, een hillich echtschap ende hillick hadden beraempt".
Harko Pappema en zijn zuster Eelckje zijn de enige erfgenamen van de goederen
van hun ouders. Harko zal daaruit genieten en behouden acht grasen land met het
huis, waarin zijn ouders nog wonen, in Dorp onder de klokslag van Doezum (bij
Grootegast). Harko en Reinouw krijgen alle goederen van Tonnis en Gese, de
ouders van Reinouw, plus nog 400 daler. Daarvoor zullen zij haar ouders
"eerlick ende wal de tijt haers levents nae standes gebrec in kost, kleden
ende andere nootwendige lives nodrufft moeten onderholden ende nae dootslicke
affganck eerlicke ende christicke begraffenisse bestedigen".7
Op 17 november 1625 maken voormond en voogden over Thije en Reinouw’s
minderjarige kinderen met Harko en Reinouw, resp. stiefvader en moeder, een
afkoop van de erfenis en goederen van vader Thije. Harko en Reinouw zullen de
kinderen onderhouden tot hun zestiende jaar en voorzien van "cost ende
dranck sampt clederen eerlick borgers wijse, so wal in krankheyt als gesontheyt.
Oick inmiddels tho schoele holden, lesen, schrijven, rekenen, handtwarck ende
maagdewarck nha behoeren vrij schadeloos leren laten".8
Uit de erfenis van Luitjen Crans, de grootvader van de kinderen, verkopen hun
voorstanderen op 20 april 1630 een huis op het Damsterdiep met een hof en een
zomerhuisje daarachter aan Ulffert Alberts en Marretien voor een bedrag van 700
daler.
Harko overlijdt ca. 1629, want op 28 januari 1630 verkopen Dato Bavinck en
Reinouw Pappema, eheluiden, aan hun zwager Sicco Crans en Egbertien Boelens 1/24
part van het huis met brouwerij aan de zuidzijde in de Bruggestraat en ook van
het huis daarachter in de Schuitenmakerstraat, door hen geërfd van schoonvader
Luitjen. Sicco en Egbertien wonen daar al. Overigens lenen Dato en Reinouw ook
geld van Sicco. Zo verklaren zij op 2 april 1633 dat zij een schuld hebben van
800 car. gld. "heercomende van gehaelde bieren en verschoten
penningen". Als onderpand geven zij hun landerijen in Dorp bij Doezum,
verkregen van Harko’s ouders.9
Kinderen uit het huwelijk van Thije Crans en Reinouw Tonnis: (volgorde onzeker)
1. Roelof Crans, geb. ca. 1617, brouwer, tr. Groningen in 1648 Trijntje
Eyssens, wed. Willem Pott (hier niet verder gevolgd; zie Genealogie
Crans IV.5).
2. Jantje Crans, geb. ca. 1618, tr. Groningen 20-8-1649 Harmen Rhoda.
Jantje wordt in maart 1638 lidmaat van de kerk. Zij woont dan aan de Vischmarkt.
Nu was haar vader Thije al lang overleden en haar stiefvader Harko ook.
Misschien dat zij niet zo goed met haar moeders derde echtgenoot Dato Bavinck
kon opschieten en verbleef zij bij haar tante Brechtje, die met haar man Harmen
Wolthers aan de Vischmarkt woonde.
Haar man Harmen Rhoda, geboren in Kantens, is weduwnaar van Wennetje ter Beeck,
bij wie hij twee kinderen, Claasje en Geert Rhoda, kreeg. Claasje Rhoda trouwde
met Johannes Zacharias, die diaken in Ulrum was. Geert Rhoda was in 1701
voormond over de kinderen van goudsmid ter Beeck. Harmen’s vader was Wesselus
Rhodius, predikant te Oldenzijl en Oosternieland (1597), Kantens (1604), Ulrum
(1628) en Niekerk (1651). Hij overleed in deze laatste plaats in 1653. Zijn
moeder heette Rebecca Radijs. Zij kwam vermoedelijk uit de chirurgijnsfamilie
Radijs, die een vooraanstaande positie binnen het gilde bekleedde.
Harmen Rhoda betaalde op 30 januari 1635 voor het halve cremersgilde f 6. Toen
hij in 1634 met Wennetje trouwde was zij al weduwe en wel van Berent Jansen.
Wennetje was in december 1625 lidmaat van de kerk geworden en woonde toen aan
het Cingel. Zij overleed in 1644. Voormond over de twee kinderen werd haar broer
Harmen ter Beeck, chirurgijn, en voogden werden haar zwager Tamme Hindricks Pott
en Harmens’s broer Tonnis Rhoda. Harmen was in 1637 getuige geweest bij het
huwelijk van deze broer Tonnis met Annetien Swartwolt, weduwe van Hindrick van
Suirbeeck. Als zijn a.s. zwager Roelof Crans in 1648 trouwt met Trijntje
Eyssens, weduwe van Willem Pott, is hij ook weer getuige. Genoemde Harmen ter
Beeck werd in 1638 toegelaten tot het chirurgijnsgilde en practiseerde als
zodanig tot 1651.10
Op de datum van zijn tweede huwelijk met Jantje Crans, 20 augustus 1649, wordt
ook een akte opgesteld, waarbij zij hun 3/48 part in het huis met brouwerij aan
de zuidzijde van de Bruggestraat, geërfd van Jantje’s grootvader Luitjen,
verkopen aan hun zwager en schoonzuster Jan Jansen en Egbertien Boelens. Zij
waren niet in gemeenschap van goederen getrouwd en woonden in de Ebbingestraat.
Hun huwelijk heeft slechts enkele jaren geduurd. Op 22 maart 1652 worden
voorstanderen aangesteld over hun dochtertje Wennetje Rhoda wegens het
overlijden van Harmen. Voormond wordt zijn broer Tonnis en voogden Jantje’s
oom luitenant Derck Crans en haar broer Roelof. Als Tonnis Rhoda overlijdt,
wordt Derck voormond en in 1659 doctor Wolthers in zijn plaats. (= Wolter
Wolthers, een zoon van Jantjes tante Brechtje Crans). Na Wennetje werden nog
Thije (januari 1648) en Wessel Rhoda (november 1649) geboren, die beiden jong
overleden.
Op 7 september 1653 wordt door Jantje, geassisteerd met haar neef Michiel Munter
en voormond en voogd, aan de Weeskamer verantwoording afgelegd over haar
nagelaten goederen voor Wennetje. Genoemd worden obligaties en verzegelingen,
maar ook: "een doesjen met 100 crallen, 1 sulveren pennincke, een kam, een
borsteltje met sulveren cnoopbeslach in elk een sulveren rinckje, ende andere
cleynicheden, een testament met 1 psalmboekje daerachter, en olde
rekenboeken".11
Michiel Munter was op 24 maart 1648 getrouwd met Annetje van Suirbeeck, een
dochter uit het eerste huwelijk van Annetje Swartwolt. Haar tweede man Tonnis
Rhoda was in 1651 overleden.
Een zekere Lamke Harmens heeft volgens een obligatie getekend door Harmen Rhoda
en zijn eerste vrouw Wennetje nog een vordering van 300 daalder op hun
erfgenamen en eist die in 1652 op van de voogd Tonnis Rhoda. Ook Jantje Crans
wordt hierop aangesproken. Op 13 november 1654 beslist de Raad van de stad
Groningen dat de erven de helft hiervan zullen moeten betalen.12
Noten:
1 CBG, Den Haag, dossier Crans; zie ook Wapenheraut 1950, blz. 23.
2. Groningsche Volksalmanak 1911, blz. 141.
3. GrA, Toegang 1534, RA III l (el) 3, fol. 77.
4. GrA, Toegang 136, HJK 854, fol. 415.
5. GrA, Toegang 136, HJK 854, fol. 409.
6. GrA, Toegang 1534, RA III a 23, fol. 410.
7. GrA, Toegang 1534, RA III x 6, fol. 51.
8. GrA, Toegang 1534, RA III x 7, fol. 251vo.
9. GrA, Toegang 1534, RA III x 12, fol. 206.
10. Frank Huisman: Stadsbelang en standsbesef, blz. 432. Erasmus publishing
Rotterdam, 1992.
11. GrA, Toegang 1462, Weeskamerarchief, nr. 17, fol. 87.
12. GrA, Toegang 1534, RA III a 50 d.d. 15 november 1652 en RA III a 54 d.d. 13
november 1654.
In de wederom zeer leesbare rubriek Allem@@l digit@@l (11), geschreven
door Antonia
Veldhuis komen deze keer o.a. www.archieven.nl ( van Groningen staan
er intussen bijna 1100 inventarissen op) en www.genlias.nl (hierin nu ook
de huwelijksaktes van Groningen) aan bod. Een uitgebreide beschrijving staat in
HDP. Verder aandacht voor diverse doopboeken die digitaal beschikbaar zijn
(Veendam en Wildervank, info boonh@gmx.net).
Verder aandacht voor nieuwe Rechterlijke Archieven van Groningen, de pagina www.summitsoftware.com/Ostfriesen en een pagina over wapens
(www.wazamar.org/Familiewapens/hist-famwpn/hs-8.htm).
Nieuws van de archieven onder redactie van Henk Hartog behandelt
nieuwe genealogieën op de Archieven en Eilko van der Laan bespreekt Nieuwe
boeken.
De titels: Gerardus Havingha (1696–1753) organist en klokkenist van Alkmaar
(J. Kaldenbach), Regionaal besef in het Noorden (M.G.J. Duijvendak
(red)), Woelig Groningen 2 (Beno Hofman), Gered verleden, Is vrijheid
niet alles waard? Varende Slagters en nog veel meer. Voor uitgebreide
beschrijving raadplege men HDP.
Huwelijk Wortelboer in Alfhausen (D) Siegfried Smid
Siegfried Smid vond onderstaande huwelijksakte bij het bewerken van de
DTB-boeken van de RK Kerk St. Johann in Alfhausen, Duitsland:
Wortelboer * 1861 den 15 Mai Schiffskapitain
Herman Heinrich in Veendam Herman Wortelboer
ledig in Bremerhafen Holland und Helena geb. Heeres
Harling * 1868 Colon Johan Heinrich
Maria Elisabeth den 27 Mai in Wallen und Maria Anna
ledig in Bremerhafen in Wallen geb. Escher in Wallen
Bremerhafen, den vierundzwanstigsten Januar in Alfhausen 1894
De rubriek Vragen en antwoorden staat onder redactie van Thijs IJzerman. Antwoorden
op eerder gestelde vragen en nieuwe problemen staan ook in deze HuppelDePup.
HuppelDePup 2004 nummer 2
Na het Voorwoord, mededelingen van de
secretaris, lezingenprogramma en agenda volgde een oproep van de
Knipseldienst (knippen advertenties voor het Verenigingscentrum, info Frans
Renssen). In Genealogisch voorstellen (Nico de Oude en Antonia
Veldhuis) stellen lezers zich voor en vertellen waaraan ze werken.
In Van de bestuurstafel. B + B (Bestuur en Beleid) vertelt Thijs IJzerman
(afdelingsafgevaardigde) over de Algemene Vergadering van 24 april 2004 van de
NGV.
Wat er allemaal besproken werd kunt u in HDP lezen.
Onbekende bron: Protocollen van criminele zaken werd geschreven
voor Antonia Veldhuis over een aardig archief in Groningen waarin men
criminele voorouders kan vinden: RA III ii, toegang 1534. In Het Protocol van
criminele zaken, lopend van 1475–1527 en 1616–1811 o.a. plaatsing in het
tuchthuis, verzoeken om vrijlating hieruit, verbanningen en doodstraffen. Er is
een klapper op, die te vinden is in kast 14-2 onder nummer 181.
In HDP drie personen die in dit archief voorkomen als voorbeeld van wat u kunt
vinden.
De drie personen:
Ene Anneke Udens (alias Anna Oudens) die in 1643 een verhouding met
kapitein Tiddo Huninga (telg uit het bekende geslacht Huninga, op dat moment
gehuwd met Lamme Entens),
Lodewijck Senchorst (kroegbaas van De Drie Steernen), die op
zondag 7 december 1628 "gelegenheid" aan raadsheer Lulofs,
geassisteerd met de dames Mense en Anneke gaf en Louwert Fockens (kerkvoogd en landbouwer te Westerlee) die (te veel) hulp aan de vijand gaf.
Uitgebreide beschrijving van hun straffen en hoe het verder afliep in
HuppelDePup.
De Gezinsstaat Harmannus Schmaal Mulder werd door Harm Selling samengesteld
met behulp van digitale bestanden van Winschoten. Probleem was hierbij dat er
geen achternaam bekend was.
Zie HDP.
Noot: Zie voor S(ch)maal ook Gruoninga 1999.
Uit het Archief van Amersfoort haalde mevrouw A.G. Bousema-Valkema de volgende toevalsvondst:
Compareerden den E: heer Nicolaes Mojaert, borger deser stadt voor sijn selver
en als gemachtigde van heer Franciscus Mojaert sijn broeder, jegenwoordigh
uitlandigh, joffer Catharina Mojaert, wed: van d’heer Sampson Spiegel, ende
joffer Maria Koedijck, wed: wijlen d’heer doctor Cornelio Mojaert, sulcx als
moeder en momberse van haere onmundige kinderen hij haer van de voorn: haer man
saliger behouden, in dien qualiteit mede kinderen ende erfgenamen van d’heer
Cornelio Mojaert ende joffer Maria van Hulten, haerlieder ouders saliger en
verclaerden de comparanten te constitueren en machtig te maken, gelijck sij doen
in crachte deses d’heer Lucas Dillingh wonende tot Groeningen, omme uut haer
comparantes naeme te accorderen ende transigeren over soodanige actie, als de
erfgenamen van heer Cornelis Mojaert saliger op Siriacus Tissinck te
praetenderen hebben, voorts penningen te ontfangen ende volgens het te maken
accoort ende hehoorlijcke quijtinge te doen met ratificatie van ’t geene
alrede bij de voorn: geconstitueerde inde voors: saecke mocht gedaen sijn ende
voorts alles te doen en laten geschieden wes sij comparanten alle praesent
sijnde souden comen ofte mogen doen, alwaer ’t: daertoe speciaelder laste als
in dese wierde requireert belovende alles de rato onder verbund ende submissie
als nae rechten, versoeckende hiervan acte, die is dese. Aldus gedaen ende
gepasseert binnen Amersfoort voornt ter praesentie van Albert
Henricks van Minny [tekent Aelbert Heindricks] ende Willem Brunck [tekent
Brinck], borgers deser stad als getuijgen hiertoe versocht die dese nevens de
comparanten ende mij notario mede onderschreven hebben op den 26: Januarij 1686.
[Was getekend:]
Nicolas Moijaert, C. Moijaert, wed. Spiegels, Maria wed. Mooijaert, Aelbert
Heindricks; Willem Brinck en notaris A. van Brinckesteijn.
Bron: Archief Amersfoort; Actes notaris A.
van Brinckesteijn AT 015a005, folio 9vo
In Naamslijsten van Willem G. Doornbos deze keer
De burgeren en leden van het constitutioneel gezelschap van de stad
Groningen, 1 juni 1798 1
Inleiding: In de Franse tijd zijn tientallen ‘verkiezings’lijsten
opgesteld. Her en der komt men deze lijsten in de archivalia tegen: concepten in
diverse stadia, als eindproduct, geschreven of gedrukt. Alvorens deze lijsten te
publiceren moet eerst een selectie worden gemaakt, waarbij mijns inziens het
eindproduct als uitgangspunt moet dienen, met daarbij in het notenapparaat de
diverse voorafgaande stadia.
Voor namen zie HDP.
Noot: 1 Groninger Archieven (GrA), Rood na
reductie 321, rekestboek, deel 78, 5 juni 1798
Parkeeroverlast anno 1661
Alsoo d’h:heeren Borgemren ende Raedt dagelijcx remarqueren, dat de
wagens soo voor Peter Tibouts behuisinge omtrent d’Oosterstrate staen de
passage aldaer grotelijcx incommoderen ende beletten, hebben verstaen ende goet
gevunden voorsr: Tibout bij desen t’ordonneren, dat deselve na desen giene
wagens ’t sij bij derselver aencompste ofte afvaert telckens langer als een
uir voor sijn behuisinge sal mogen houden, maer deselve al te saem moeten laten
wech nemen ende doen vertrecken. Sullende desen gedachten Tibout door de dienaer
in ’t pant worden geïnsinueert om sich hijr na incompstich te reguleren.
Bron: Prothocol civiele zaken van de stad Groningen, RA III a 64, d.d. 20 maart
1661
Witwaspraktijken?
Op de requeste van Berent Geerts Trap omme octroij te hebben voor sekere jaren
aengaende ’t maken van witt wasch alhijr.
D’h:heeren Borgemesteren ende Raadt accorderen den remonstrant tijn jaren
octroij in desen versocht, mits dat dieswege van deselve aen de stadt jaerlijx
tot octroijgelt tijn car: gl: sal worden betaelt.
Bron: Prothocol civiele zaken van de stad Groningen, RA III a 72, d.d. 14
december 1667
Obscene vertoningen
Op de requeste van Elisabeth Dircx ten einde sij in ’t anstaende merckt in een
tente een vertoninge mach laten besien, alsmede een jonge reus.
D’h:heeren Borgemesteren ende Raadt accorderen de remonstrnte haer
versoeck in desen geduirende het anstaende merckt, soo met den 1en maij ancompstich sijn anvangh sal nemen, sullende sick van obschene vertoningen
onthouden ende in alle sedicheit gedragen.
Bron: Prothocol civiele zaken van de stad Groningen, RA III a 76, d.d. 12 april
1671
Ziervogel (maar eigenlijk Haykens)
door Petronella J.C. Elema is een artikel geïnspireerd door de
volgende advertentie in de Provinciale Groninger Courant, no. 21, dinsdag
17-2-1857:
Finsterwolde den 12 Februarij 1857.
Heden overleed na eene ziekte van eenige dagen mijn waarde echtgenoot
J. Ziervogel, oud 41 jaren; slechts ruim een jaar mogt ik met hem in een
genoeglijken echt verkeeren. Hij was mij dierbaar, en wordt, door mij, mijnen
zoon en vele vrienden en bekenden diep betreurd.
Fendiena Haijkens.
Het leek haar een aardige familienaam om uit te zoeken! De weinige vermeldingen
van deze naam in Groningen betroffen uitsluitend herbergier, Izaäk Ziervogel.
Oorspronkelijk uit Zeeland, import dus.
Een interessant artikel, waarvoor u HDP moet opslaan.
In de Samenvatting van de lezing over de bibliotheek in Salt Lake City beschrijft Joop van
Campen (n.a.v. de lezing van 8 oktober 2003 van de heer Gout). U kunt hem in
HDP lezen.
Een Wonderbaarlijke redding in 1805 met een treurig einde in 1852 is het
wonderlijke verhaal van Henk Hartog over de in het archief van de drost
van het Gorecht en Sappemeer gevonden schijndode zoontje van Lambertus Reinders
Sonderman en Elzijn Roelfs in 1805.
Hij vertelt over het gereanimeerde kind Reiner en graaft in zijn geschiedenis.
Uit de Groninger Courant van 22 juni 1852 haalde hij diens treurige einde:
gedood door blikseminslag.
De moeite van het opzoeken van deze HDP meer dan waard.
Menne Glas schreef Bulthuis uit Hornhuizen
waarvan tot voor kort zijn vroegst bekende voorouders in mannelijke lijn Pieter
Jeltes x Maijke Mennes en zijn ouders Jelte Pieters x Frouke Jans waren. Ze leefden rond 1700 in Ulrum en omgeving. Vandaar dat een deel van mijn
onderzoek zich richt op naamgenoten in deze streek in de hoop verwantschap te
kunnen ontdekken. Helaas tot nu toe zonder al te veel succes. Eén van de
onderzochte naamgenoten is Pieter Jeltes, voorvader van een
Bulthuis-familie.
In het Groninger Kwartierstatenboek 2 (staat 285) wordt Pieter Jeltes met
zijn beide echtgenotes vermeld, en wel met Bouke Tjeerts als vader van
zichzelf en zijn tweede vrouw Trijntje Harms. De aldaar genoemde Trijntje
Harms is niet de werkelijke tweede vrouw van Pieter Jeltes. In staat
115 komt Trijntje Harms voor met haar tweede echtgenoot Berent Pieters.
Deze Berent Pieters is een andere dan haar echte man. Opvallend is dat in
het Wierenga-boek 1 dezelfde Berent Pieters voorkomt als
tweede echtgenoot van Trijntje Harms. Mogelijk is als bron de Bulthuis
Genealogie 2 gebruikt, waar deze vergissing voor Berent ook
gemaakt is. Ten onrechte worden in het Beukema-boek 3 Pieter
Jeltes en Bauke Tjeerds beschouwd als ouders van Jan Pieters
Bronkema.
Pieter Jeltes, ged. Hornhuizen 10-2-1726, overl. 1789, landbouwer op de
Zuidemaheerd te Hornhuizen 4, zoon van Jelte Popkes en Lijsabeth
Tjapkes, tr. (1) Hornhuizen 3-4-1747 Bouke Tjeerts, ged. Ulrum
15-7-1725 5, dochter van Tjeert Tewes en Remke Jans;
tr. (2) Hornhuizen 13-4-1783 Trijntje Harms, ged. Zandeweer 6-12-1761,
overl. Uithuizen 1-2-1805 6, dochter van Harm Hajes en Jantien
Clasen; Trijntje Harms tr. (2) Hornhuizen 16-5-1790 Berent Pieters,
geb./ged. Pieterburen 1/8-11-1761, overl. Hornhuizen maart-juli 1795 7,
schoenmaker 8, zoon van Pieter Jans en Auke Folkerts.
Peter Jeltes en Bouke Tjeerts worden in 1748 genoemd als de
opvolgers van Pieter Clasen en Willemke Lubberts op de boerderij,
dan groot 26 jukken 4. Ze komen samen in diverse aktes voor, onder
meer als zwager en zuster van de bruidegom bij het huwelijkscontract 9 op
18 oktober 1754 van Tiewes Tjeerts en Sara Everts, en als oom en
aangetrouwde moei van de bruid bij het huwelijkscontract op 3 oktober 1764 van Kornellis
Jans en Elijsabeth Jans.10
Na het overlijden van Bouke Tjeerts wordt op 27 februari 1783 een
boedelinventaris 11 opgemaakt, waarin onder meer "de
behuisinge en plaatse met de beklemminge van 43 jukken Landt en quelder".
Per saldo erft elk der vijf kinderen f 202, =.
Het huwelijkscontract 12 van Pieter Jeltes en Trijntje
Harms vermeldt voor de bruidegom Elisabeth Pieters als dochter, Remke
Pieters en Pieter Thomas als dochter en zwager, Harm Jeltes als broer en sibbe voogd over des bruidegoms minderjarige voorkinderen, Jan
Jans als voormond en Garmt Clasen als vreemde voogd. Voor de bruid: Jantjen
Clasen als moeder, Hilje Harms als zuster en Heije Harms,
halfbroer.
Pieter Jeltes zal in 1789 zijn overleden. Pieter Jeltes en Trijnje
Harms lenen op 30 april 1788 1200 cgl. tegen 4% van Cornellis Jans en Elisabeth Jans te Pieterburen.13 Op 2 jan. 1790 verzoekt en
verkrijgt (nadat het Gerecht advies heeft ingewonnen) zijn weduwe Trijnje
Harms als legitima tutrix liberorum machtiging om de Plaats te verkopen.14 Op 30 januari 1790 zweren aan Pieter Jans als voormond, Heije Harms als sibbe en Pieter Rieuwerts als vreemde voogd.15 Een geschil
tussen Trijnje Jans, en Pieter Thomas noie uxoris mede caverende
voor Edze Jans noie uxoris, voorts Wibbe Meertens noie uxoris
benevens Jelte Pieters en Jan Pieters als voorkinderen over het
niet ingeboekt zijn van Trijnje Harms als meijersche wordt op 10 april
1790 door een commissie van het Gerecht van Hornhuizen opgelost.16
Op 3 april 1790 wordt de boedelinventaris opgemaakt.17 Deze begint
met: "Voor eerst de behuizinge en Plaatze met de beklemminge van twee en
dertig juk binnendijks Land en quelder doende Sjaars aan diverse eijgenaars in
genere tot huire 176 Gld 10 stver met de uitgezaaide winterboud
schutten wringen balkhoud de mis karn moolen Dorschblok Eenden en Gansen,
verkogt aan Jan Pieters en Hindrikjen Willems Bakker ehelieden voor f 6500, =."
De twee kinderen van Pieter uit zijn tweede huwelijk met Trijntje,
waarvan "Pieter Jeltes de 10 Februarii jongst ses jaren is oud geweest
en Harm Pieters den 10 April naastkomende vier jaren oud word", zullen
op hun 18e jaar elk de "halfscheid" ontvangen van 920 cgl.
14 st. 6 dt, zijnde 2/7 deel van de aan de kinderen toekomende helft van de
gehele erfenis. Het overige 5/7 deel gaat naar de kinderen van Pieter Jeltes en Bouke Tjeerds.
Het huwelijkscontract18 van Berent Pieters weduwnaar van Trijnje
Jans uit Pieterburen met Trijnje Harms vermeldt voor de bruidegom: Adam
Pieters als broer en sibbevoogd over zijn voorkind, Rentjen Jans Kadijk en Bette Willems als curatoren over bruidegoms broer Daniel Pieters, Albert Jans, voormond en Rentjen Jans Kadijk, vreemde voogd over
bruidegoms voorkind, alsmede voor de bruid: Jantje Clasen als moeder en
legitima tutrix over des bruids twee minderjarige broeders Claas en Jan
Harms, Hilje Harms en Jan Rienders als zuster en zwager, Haije
Harms als halfbroer, Peter Jans als voormond, Haje Harms als
sibbe en Pieter Rieuwerts als vreemde voogd over des bruids voorkinderen.
Na het overlijden van Berent Pieters wordt op 17 maart 1796 een derde
boedelinventaris19 opgemaakt, alsmede een afkoopakte. De erfenis van
de twee pupillen, "Jan in 6e en Johannes Berends in t 3e jaar",
bedraagt f. 2549=13=.
De kinderen uit het huwelijk van Pieter Jeltes en Bouke Tjeerds staan
in HDP, evenals de uitgebreide notenopgave.
De herkomst van Wibrandus Hartzma is van de hand van Johan Waterborg en gaat over de Eenrumer predikant Wibrandus Hartzma, de stamvader van een
familie Hartsema/Hartzema.
Bij zijn inschrijving als student geeft Wibrandus aan uit Westerwolde te komen.
Dit is geruime tijd onvoldoende geweest om zijn voorgeslacht vast te stellen.
Met een beetje broodnodig geluk is het er toch van gekomen.
En dit volgt in HDP.
Dat scheelt een stuk is een toevalsvondst uit de Resoluties Gedeputeerde
Staten, klapper 1, datum 5 augustus 1626, gevonden door Antonia Veldhuis.
Crimineele sententie tegen den soldaat Johan Kiers, geboortig van Gees bij
Oosterhesselen, beschuldigd van onderscheidene oplichterijen en afpersingen,
gepleegd in het landschap Drente.
Zijn vonnis, doodstraf met den strop, is op de intercessie [= bemiddeling,
tussenkomst] van eenige vrienden veranderd in executie met het zwaard.
Petronella J.C. Elema schreef Eikerman in Groningen
In ander verband was ik de naam Eikerman tegengekomen en zo keek ik ook even
naar deze personen. Ze bleken tot één korte – helaas, want uitgestorven –
genealogie te behoren. Voor zover ik kan zien behelst het onderstaande een
compleet overzicht.
I. Johann Friedrich Conrad [Frederik] Eikerman, geb./ged.
Haustenbeck (vorstendom Lippe) 3-10/7-10-1792, dagloner, overl. Pieterburen (oud
50 jr.) 29-10-1842, zn. van Johann Hermann Eikerman en Anna Louiza N., tr.
Eenrum 28-2-1825 met Fokje Rijkels Fockens, ged. Pieterburen 6-5-1804,
daglonerse, overl. Pieterburen (oud 43 jr.) 4-12-1847, dr. van Rijkel Fokkens en
Focaline Jans.
Pieterburen ligt in de gemeente Eenrum. Er was mogelijk ziekte in de familie
toen Frederik Eikerman in 1842 stierf: zijn schoonzuster Gepke Rijkels Fokkens,
dienstmeid te Pieterburen en oud 46 jr., overleed enkele dagen later, op
2-11-1842.
Uit het eerste huwelijk:
1. Jan Harm Eikerman, geb. Pieterburen 31-10-1824, bij het huwelijk
gewettigd, volgt II.
2. Fokkelina Eikerman, geb. Pieterburen 24-11-1828, overl. Pieterburen
(oud 1 jr.) 3-7-1830.
3. Gepke Eikerman, geb. Pieterburen 15-12-1833, overl. Pieterburen (oud
22 jr., zonder beroep) 20-7-1856.
4. Marten Eikerman, geb. Pieterburen 13-9-1838, overl. Pieterburen (oud
15 jr.) 31-7-1853.
5. Ida Eikerman, geb. Pieterburen 13-9-1838, overl. Pieterburen (oud ruim
2 jr.) 29-5-1841.
6. Freerk Eikerman, geb. Pieterburen 24-9-1841, overl. Pieterburen (oud
81 jr., ongehuwd) 2-7-1923.
II. Jan Harm Eikerman, geb. Pieterburen 31-10-1824, dagloner, overl.
Baflo (oud 54 jr.) 9-1-1877, tr. (1) Eenrum 21-5-1855 met Anje Huizinga,
geb. Eenrum 24-3-1824, overl. Baflo 8-4-1859, dr. van Garmt Hendriks Huizinga en
Trientje Derks Crins, tr. (2) Baflo 17-10-1859 met Helena Kloekgieter [later: Klokgieter], geb. Tinallinge (gem. Baflo) 11-1-1821, dagloonster,
overl. Tinallinge (oud 80 jr.) 26-3-1901, dr. van Geert Kloekgieter [=
Klokgieter] en Anje Thomas Blaauw.
Uit het eerste huwelijk:
1. Trientje Eikerman, geb. Westernieland (gem. Eenrum) 4-6-1855, overl.
Baflo (oud 4 jr.) 7-10-1859.
2. Foktje Eikerman, geb. Baflo 1-12-1858, overl. Baflo (oud 10 weken)
7-2-1859.
Toevalsvondsten
[Gedoopt] noch het kindt van Hindrik Wijndels geprocreëert bij Grietje Jans met
d’welcke hij tegens wille en danck van sijne ouderen en sonder wettige trouw
in gemeenschap leeft, is genoemt Trijne.
Bron: DTB Beerta, d.d. 26 mei 1689; ingezonden door Antonia Veldhuis
Allem@@l digit@@l (twaalf)
Antonia Veldhuis, Veenwouden
De rubriek met interessante homepages en nieuwe digitale bestanden.
Verder tips en trucs voor het internetgebruik. Tips kunt u mailen aan antonia.veldhuis@hetnet.nl.
Voor deze veelheid aan gegevens moet u de HDP raadplegen.
Nieuws van de archieven staat weer onder redactie van Henk Hartog: Nieuwe
bestanden op de archieven, genealogieën die zijn uitgekomen en ander nieuws.
Nieuwe boeken werden weer verzameld door
Eilko van der Laan,
Een uitgebreide beschrijving van de boeken
Veenkoloniale volksalmanak, Jaarboek voor de geschiedenis van de Groninger
Veenkoloniën. Jaar 16, 2004.
Schansenspoor. Restanten van de Tachtigjarige oorlog in het Westerkwartier.
(Red. R. van Iterson e.a.)
Turf op de grens. Wandel-, fiets- en kanoroutes in het Zuidelijk
Westerkwartier, Noordwest-Noorderveld en het stukje Friesland dat aan deze
gebieden grenst. (G. Hadders).
Handel en wandel. Havens en pakhuizen in Groningen. (R. Overbeek e.a.)
Joodse stadjers. De joodse gemeenschap in de stad Groningen 1796-1945.
(S. van der Poel).
"Eene zeer twistzieke natie". Aspecten van de geschiedenis van de
joodse gemeenschap in Winschoten 1683-1943. (Red. P. Brood en E. Schut).
.. en verdold allemoal een knecht mit rood hoar. Geschiedenis van het
wierdendorp Niehove, centrum van het Humsterland. (M. Clobus).
ANWB Topografische Atlas van Groningen 1:25.000
Gruoninga 46e jaargang 2001
Vooraankondiging:
Oranje Nassau en Groningen. (B. Hofman).
De historie van boerderijen en molens in de gemeente Appingedam
HuppelDePup moet u inzien voor de Vragen en antwoorden
onder redactie van Thijs IJzerman
HuppelDepup
2004 nummer
3
In
dit nummer weer de vaste rubrieken zoals genealogisch voorstellen, lezingen
en agenda,
diverse artikelen, naamlijsten en genealogieën.
Genealogisch voorstellen
Nico de Oude en Antonia Veldhuis
Hierin stellen (nieuwe) leden zich voor. Hieronder Gert, het nieuwe bestuurslid.
Meer in HDP:
Gert Zuidema (e-mail gertzuidema@cs.com ) maakt sinds kort deel
uit van ons afdelingsbestuur. Hij woont in Groningen, is 62 jaar geleden daar
ook geboren, gehuwd en heeft drie kinderen. Zijn beroep is
administrateur-belastingadviseur en hij heeft een eigen administratiekantoor.
Vanaf 1984 houdt hij zich – naast zijn drukke baan – bezig met genealogie.
Hij doet o.a. onderzoek naar de families Zuidema, Ritzema/Ritsema, Velthuis en
Venema (Westerkwartier). Hij is verder geïnteresseerd in de historie van het
Marnegebied. Andere hobby’s zijn filatelie (Groot-Brittannië en Scandinavië)
en kerkenwerk.
Hierna volgde een In memoriam M.J.B. Starke
door M.C. van Hoorn over de op 28 juli 2004 op 85 jarige leeftijd overleden
Menzo Jan Berend Starke. Hij was voor andere genealogen een wegbereider, iemand
die het voorbeeld gaf.
Draai is een artikel van
Netty van der Deen–Flikkema, Appingedam
over de nummers 17 en 16 van haar kwartierstaat: Grietje Klaassens Draai &
Albert Pieters Flikkema,
Grietje is gedoopt op 24 februari 1793, toen ze anderhalf jaar oud was, aldus
het doopboek van Holwierde en opgevoed door haar grootouders Klaas Pieters Draai
en Hilje Jans, ze werd onderhouden door de diaconie. Haar moeder, Wobbechien
Klaassens Draai, is in de kraam overleden en haar vader is er vandoor gegaan,
zie de bijlage. Ze beschrijft hoe ze meer gegevens over deze personen vond,
hiervoor moet u HDP raadplegen.
In de Onbekende bron van Antonia Veldhuis deze keer Het
antwoord staat in de brieven.
Enige jaren geleden ontdekte ik dat kapitein Onno Lijphart gesneuveld was in
Brazilië, terwijl hij in dienst was bij de Westindische Compagnie (WIC). Dat
staat te lezen in het verzoekschrift dat echtgenote Claesjen Langstraet in 1652
doet aan "de Edele Mogende Heeren Ridderschap ende Eigenerfden der
Landtschap Drenthe". Ze vraagt "onderstand" voor haar en de vier
kinderen (OSA 1779, 1651 bijlagen, accoord 23-2-1652). Het overlijden had ik
daarom op 1650/1651 gezet. In de vele boeken die ik daarna over Brazilië
doornam kon ik geen veldslag rond die tijd vinden, zodat ik aannam dat hij in
een onbelangrijk(er) gevecht gedood was. Tot ik van Klaas Bijsterveld een
uitgaande brief kreeg uit toegang 1 inv.nr. 400.
Op 3 september 1649 vraagt Claesjen aan de Bewindhebbers der Geoctrooide WIC te
Middelburg in Zeeland de kosten van de overtocht Brazilië-Nederland terug. Haar
echtgenoot is "doot" gebleven in "de jongste bataille" tegen
de Portugezen, terwijl hij vocht voor de kamer van Zeeland. Claesjen komt terug
op het schip "De Gouden Leeuw" van de kamer van Groningen (in een van
de boeken stond Amsterdam) en omdat ze daarvoor betalen moet wil ze graag van
Zeeland het geld terug.
Wederom lezen in boeken over de WIC leerde me dat een overtocht ongeveer drie
maanden duurde, zodat hij overleden zou moeten zijn voor juni 1649. Er waren die
jaren twee grote veldslagen: april 1648 en februari 1649, in die laatste
overleed Onno dus. Veel gegevens in één brief. En ja, ze krijgt de 350 gulden
terug.
Het tweede geval gaat over kapitein Aijlcko Huninga, die ook in Brazilie vocht.
Hij wordt genoemd op bladzijde 229 van het boek De Westindische Compagnie ter
Kamer Stad en Lande van jhr. dr. P.J. van Winter (uitgave 1978). Die
schrijft dat niet duidelijk is of hij in 1649 nog leeft. Wij weten het antwoord.
In de eerder genoemde verzameling brieven zit een schrijven van 3 juni 1649.
Aijlcko geeft daarin aan wel genegen te zijn om met een "honorabile
conditie" te mogen worden voorzien. Hij heeft getoond een eerlijk soldaat
en kloek kapitein te zijn geweest. Men beveelt Huninga "ten
favorabelsten" aan.
De derde brief vond ik via www.archieven.nl, waar een verwijzing naar Verzamelde
handschriften, toegang 853, inventarisnummer 175d Fol. Het bleek een brief
te zijn, waardoor ik het antwoord vond over zijn afstamming. Mij was bekend dat
hij uit Ulm kwam. Helaas is de naam daar vrij algemeen en waren er acht Hans-en
die binnen een periode van 30 jaar gedoopt werden; elk daarvan zou hij kunnen
zijn. Maar de brief is gericht aan zijn zuster Anna Walburga Reichle en
echtgenoot Johannes Zollen, waardoor ik nu weet welke het is en ik dus ook de
ouders heb. De brief gaf enige aardige bijzonderheden. Het is het antwoord op
een schrijven van zijn zwager van 3 juni 1683, aan hem gegeven op 20 oktober
1683 door Albert Leeuwe. Albert heeft bij Anna "vill guete gesundtheid
gedruncken". Johannes vertelt over zijn twee gehuwde dochters (beide met
kinderen) en ongetrouwde zoon (maar die is, evenals Herr Christoff Gosslen
Zaligen, advocaat) en zegt het jammer te vinden dat hij nooit in de gelegenheid
was om hen te bezoeken. Vanwege de oorlog en grote afstand kwam het er nooit van
en nu is hij te oud. Maar mogelijk komt zoon Abelus nog eens in Duitsland. Hij
dacht trouwens dat ze dood waren, omdat hij op zijn drie vorige brieven (w.o.
een van 10 oktober 1674) nooit antwoord kreeg.
Ik ben me er van bewust dat ik in deze drie gevallen veel geluk heb gehad. Niet
iedereen vindt brieven waarin voorouders voorkomen. Helaas vonden we op deze
brieven geen reactie of antwoorden, zodat ook voor ons nog vragen overblijven.
Lees hier de nijdigheid van een mensch
(stamreeks Omta, ’t Zandt)
Petronella J.C. Elema, Groningen
In de Provinciale Groninger Courant van 5 december 1865 (d.i. nummer 145 van dat
jaar) staat een familieadvertentie die een ondertrouw bekend maakt, indertijd
een gebruikelijke aankondiging. Deze luidde:
L.
Omta,
van en onder ’t Zandt
en
H. Luurzema
van Colham.
’t Zandt den 30 November 1865.
Nu
maakt een genealoog zich doorgaans niet bijzonder druk om de akten van
ondertrouw, maar het bijbehorende huwelijk viel niet in de klappers van de
burgerlijke stand (of in FamiLias!) te vinden, en dus sloeg ik de datum 30
november 1865 op in de ondertrouwregisters van ’t Zandt. Ook dat bleek
tevergeefs. Zouden ze eigenlijk wel ondertrouwd zijn?!?
Eerst bekeek ik of de toekomende echtelieden überhaupt te vinden waren in 19e-
eeuwse bronnen. Voor de man bleek dat al heel gemakkelijk. De familienaam was
uniek voor zijn tak: de grootouders waren landbouwers te Spijk, later te ’t
Zandt, en al hun kinderen droegen de familienaam Omta die was ontleend aan hun
boerderij, de Omptedaheerd. De "L. Omta" uit de advertentie was een
Luilf, de enige zoon (en klaarblijkelijk ook het enige kind) van het echtpaar
Willem Derks Omta en Derkje Luilfs Edema. Bij de loting voor de dienst in 1862
werd hij vrijgesteld als zijnde enige wettige zoon. Zijn vader was al sinds 1849
dood; zijn moeder, die nadien (al dan niet met hulp van buitenaf) de boerderij
had gedreven, stierf in april 1864. Mogelijk had men haar overlijden zien
aankomen, want in oktober 1863 was Luilf Omta al meerderjarig verklaard:
Bij Brieven van Meerderjarig-verklaring, door den Hoogen Raad verleend den 15den
October 1863, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van den 22sten October 1863,
no. 53, geregistreerd te ’s Gravenhage, den 26sten October 1863, zijn aan
LUILF OMTA, wonende te ’t Zandt, gegeven al de REGTEN, bij de wet aan
MEERDERJARIGEN toegekend, behoudens de bepaling van art. 478 van het burgerlijk
wetboek.
Jan van der Jagt, procureur bij den Hoogen Raad. (Provinciale Groninger Courant,
nr. 131, 31 okt. 1863).
Hoewel hij in 1865 nog maar 22 was, woonde hij toen dus geheel alleen op de
ouderlijke boerderij en het lag in de lijn der verwachtingen dat hij, zoals eens
Siemenmaanje, op vrijersvoeten zou gaan om het bedrijf van een boerin te
voorzien. Was de ondertrouw-advertentie het resultaat van een mislukte vrijage
of hebben zijn maten hem in het ootje willen nemen? In elk geval verscheen in
het eerstvolgende nummer van de Provinciale Groninger Courant (nr. 146, 7 dec.
1865) de volgende advertentie:
LEES HIER DE NIJDIGHEID VAN EEN MENSCH.
Voorbehoudens alle verschuldigde achting jegens de in eene Annonce in de vorige
Courant genoemde MEJUFVROUW, acht ik mij verpligt ter algemeene kennisse te
brengen, dat de Advertentie, betreffende eene ONDERTROUW tusschen Haar en Mij
geheel onwaarheid is.
L. Omta.
Een penibele zaak dus, en voor niemand prettig – behalve voor het amusement
van de dorpsgenoten! De ergernis spat van de advertentietekst af: hij moet het
grapje allesbehalve gewaardeerd hebben. En om zijn verdere levensloop hier even
samen te vatten: driekwart jaar later, in september 1866, trouwde hij alsnog,
niet met "H. Luurzema", doch met een doopsgezinde boerendochter uit
Tjamsweer. De twee kinderen uit dit huwelijk werden enige jaren later geboren;
hijzelf stierf op zijn 37e, toen dezen pas 10 resp. 8 jaar oud waren.
De situatie herhaalde zich dus.
Meer problemen had ik met de identificatie van de gedoodverfde bruid uit 1865.
Als het een grap moest voorstellen, is het altijd mogelijk dat de
"mejufvrouw" in kwestie fictief was, maar die indruk krijg je toch
niet uit de tweede advertentie. De familienaam in de gegeven spelling Luurzema
werd nergens in de provincie aangetroffen; Luursema en Luurtsema wel.
Kolham is een dorp in de gemeente Slochteren en ik keek in die tienjarentafels
of daar rond 1845 een Luursema was geboren; dat bleek niet het geval. Tevens nam
ik het bevolkingsregister van Kolham over 1860-1870 door. Geen spóór van een
Luursema, in welke spelling dan ook. Ook in ’t Zandt zelf vond ik geen in
aanmerking komende geboorteakte.
Daarna inventariseerde ik uit de huwelijksregisters welke Henrica, Hillegonda of
Hanna Luur(t)sema in aanmerking zou komen voor de functie van
huwelijkskandidate. In eerste instantie zag ik wel iets in de Meister
bakkersdochters (beiden waren kinderen van Pieter Roelfs Luur(t)sema en Trijntje
Tiemens Bakker) Hilje Luurtsema, geb. Uithuizermeeden 7-4-1847, tr. ’t Zandt
2-6-1876 Meindert Kroes respectievelijk Hindrikje Luursema, geb. Uithuizermeeden
13-8-1849, tr. Uithuizermeeden 18-2-1874 Harm van Dam. Deze jongedochteren leken
me echter rijkelijk jong voor een huwelijk in 1865.
Als het Colham uit de advertentie nu eens een vergissing was, of een
verschrijving, of een opzettelijke variant op het Zandster Kolhol? Dan bleef nog
over: Harmke Luursema, geb. Usquert 5-4-1840, wonende ’t Zandt, overl. ’t
Zandt 14-1-1913, dr. van Popke Harms Luursema en Auke Jacobs Ritzema,
landbouwersche ’t Zandt, tr. ’t Zandt 6-11-1868 Tonnis Elema, geb.
Bierum 4-5-1838, landbouwer op Colhol te Zijldijk, overl. ald. 29-5-1931, zn.
van Onne Pieters Roelfs Elema, landbouwer, en Anje Migchiels Elema. Uit dit
huwelijk geen kinderen.
Ik heb niet meer kunnen nagaan of deze oplossing correct was. Als iemand de
gezochte dame met zekerheid kan aanwijzen, hoor ik het graag.
Als bijlage bij deze episode beschrijft ze een stamreeks Omta, waarvoor ze o.a.
gebruik maakte van een tweetal "boerderijenboeken". Zie verder HDP.
Willem G. Doornbos leverde weer een van zijn
Naamslijsten.
Deze keer een lijst over de Middenstand in stad Groningen op 15 februari
1810.
De volledige lijst staat in deze HDP.
Zegen an ziel en lichaam, hart geliefde soon
is een artikel van Harry Brouwer.
Wij laten dit in zijn geheel hieronder volgen:
Belangrijk voor een genealoog zijn jaartallen. Een stamreeks zonder jaartallen
kan literair van waarde zijn – denk maar aan de lange geslachtslijsten in de
Bijbel – maar elke zichzelf respecterende genealoog kan niet zonder de data
van geboorte, huwelijk en overlijden. Hoeveel voldoening het verzamelen van deze
getallen ook oplevert, uiteindelijk is een collectie van alleen namen en data
ook weer niet je dat. Prachtig is het als er meer is te vinden, zoals
bijvoorbeeld foto’s, portretten, koopakten, wapens, oude kaarten, grafstenen
en misschien een aantal brieven. Daarmee komt er ‘vlees op de botten’ van
het kale geraamte van een getallen-genealogie. Een citaat uit het boek ‘Celibaat’
van Gerard Walschap is in dit verband illustratief: "Een naam in een
akte voor doop, huwelijk of dood heeft niets te betekenen, maar in een koopakte,
gepasseerd voor notaris, wordt hij belangrijk".
Jarenlang heb ik onderzoek gedaan naar de familie Brouwer. Deze familie blijkt
af te stammen van Derk Pieters Slachter die rond 1660 in Winschoten woonde. Zijn
drie zonen voeren drie (!) verschillende geslachtsnamen, namelijk Theodorie,
Wolthuis en Brouwer. Toen ik met de tak Wolthuis uit Scheemda bezig was, had ik
het geluk een aantal achttiende eeuwse brieven te ontdekken. Metje Derks
Mestingh, de vrouw van de kerkvoogd/koopman Steven Jans Wolthuis in Scheemda,
schreef met enige regelmaat een brief naar haar zoon Tiddo, die op zijn beurt
terugschreef. Ook zijn broer, de koopman Pieter Stevens Wolthuis, schreef
brieven. Van deze brieven is er een aantal bewaard gebleven. Volgens
overlevering zijn ze in de Franse tijd in een blikken trommel veilig begraven in
de grond. In vrouwelijke lijn vererfd, zijn ze terechtgekomen bij de familie Ter
Haseborg.
De briefschrijfster
Metje Derks Mestingh is gedoopt in Winschoten op 30 juni 1670. Haar ouders zijn
Derk Harmens en Trijntje Jaspers. In de genealogie Mestingh in het Nederlands
Patriciaat van 1950 wordt zij niet vermeld. Op 5 maart 1693 trouwt zij met
Steven Jans Wolthuis, gedoopt te Winschoten op 26 december 1670 als zoon van
Derk Pieters Slachter en Berentje Jans. Bijzonder is het feit dat Steven Jans
niet in de boeken is gekomen als Steven Derks!
De koopman/kerkvoogd Steven Jans en zijn vrouw krijgen een groot gezin dat
bestaat uit tien kinderen. Hun zoon Tiddo brengt het tot predikant in Smyrna,
het huidige Izmir in Turkije.
In de familie Ter Haseborg zijn genealogische aantekeningen bewaard. Deze zijn
van de hand van G.P. ter Haseborg en geschreven in 1914. In deze aantekeningen
wordt Metje Mestingh als volgt beschreven: "ze had weinig vermogen maar
des te meer verstand, en was flink opgevoed. Als meisje te Amsterdam in een
winkel staande, was ze uitnemend geschikt de affaire (eene lakenwinkel) haars
mans waar te nemen".
De geadresseerde
De vrijgezelle dominee Tiddo Wolthuis is in Scheemda gedoopt op 18 december 1698
en overleden in Smyrna op 19 juli 1740. In de Groningsche Volksalmanak van 1924
staat een uitvoerig artikel over deze Groninger predikant in Klein Azië van de
hand van mr. H. Hesse. In dit artikel wordt een aantal brieven van en aan
dominee Wolthuis beschreven. Onderstaande brief wordt echter niet genoemd,
vandaar dat ik deze heb gekozen om in HDP te publiceren.
De transcriptie van de ongedateerde brief luidt als volgt:
Hart geliefde soon,
Den uwen van den 11 october in gesontheijt / ontfangen. Als mede swager
Wagemester die / hijr doen present was waar van hijr / nevens ock een brief an u
wer over send / maar de hoftstal en tom die swager voor / u hijr gestuijrt heft,
blift hijr tot ertitten / dat wij het over senden connen na Amsterda[m] / en soo
vorts na Smyrna. Heb ock met blitscha[p] / u e[dele] gesontheijt vernomen. Als
dat gij noch de / hart cloppen onderhevijng wast. Soo is dit mijn ra[aad] / an u
e[dele] die ick er voor gebruick: confili, in wijn / gekocht en gedroncken war
van ick u hyr een / weijnig van in dese brief send om te sien en / te kennen: en
Mester Wolther Smit lat u ock / een raat toe comen. Nemt hartshoren, sacht / het
opdat gij dar wat kleijnen van kricht of met / een vijle of met glas of mes
ofschrapt / en dan een vingerhoet vol met wijn of / brandewijn of jenever in
nemen of wat vocht / gij sout met innemen. Soo u t’soo niet helpt / sacht een
stucksken af, brant int vijr ende stoot / in de visel hel kleijn ende bruickt
als voren. En / hoop dat de Heere sijn zeegen er over gebieden / sal ent u
genesen. En hope en bidde den Al / mogenden Godt dat Hij den weledelen heer
consul u e[dele] / met u[wer] gemeijnte voor den verdervenden pest / [artbeving
in de kantlijn ] wil behoeden en bewaren. Dat gij noch lange / te samen Godts
raat dienen en gehorsame[n] / sullen. Gij schrift dat gij met capitien Cornelis
/ Booijs ons 2 doosen rosijnen send welcks wij / van de sictaris Luijs sullen
laten af ha[len]./ Zegen an ziel en lichaam int nieje jaar, verblif t …….
Methe Mestingh
De brief moet zijn geschreven in de laatste maanden van het jaar 1735. In een
later geschreven brief bevestigt moeder de ontvangst van de brief van Tiddo van
4 januari 1736, die zij op 16 februari al heeft ontvangen. In deze brief meldt
ze dat het ‘hoftstal’ met de tomen zijn overgestuurd.
De zwager die genoemd wordt is Hindrik Harmens Wagemeester. Hij trouwt op 20
februari 1722 met de oudste zuster van Tiddo, Anna Stevens Wolthuis, gedoopt te
Scheemda op 1 juli 1694. Zwager Wagemeester is van beroep paardenkoopman. Hij
levert onder anderen paarden aan de officieren van de koning van Pruisen, zoals
blijkt uit een brief van broer Pieter. Hendrik Wagenmeester heeft voor zijn
zwager in Turkije een cadeautje achtergelaten in Scheemda, namelijk een
paardenhoofdstel en een toom. Moeder houdt het nog maar even in Scheemda totdat
er zich een gelegenheid voordoet deze goederen via Amsterdam naar Smyrna te
verschepen.
Uit deze brief wordt verder duidelijk dat Tiddo Wolthuis hartproblemen heeft. De
middeltjes die moeder adviseert hebben niet geholpen want Tiddo overlijdt op de
jonge leeftijd van 42 jaar. Het middel confilie dat in de brief wordt
bijgesloten, is volgens het Herbarius oft Cruijdt-boeck van 1644 hetzelfde als
melissa of citroenmelisse, behorend tot de lipbloemigen. Het andere geneesmiddel
dat moeder Mertje adviseert is gemalen hertshoorn. Dit middel werd destijds
beschouwd als geneesmiddel voor vele kwalen.
Wie meester Wolther Smit is, heb ik (nog) niet gevonden. Wellicht een chirurgijn
in Scheemda ? ( Misschien is er een lezer die deze persoon kan plaatsen.)
De consul die de groeten van Metje Mestingh krijgt, is Daniël Alexander de
Hochepiëd, van 1720–1759 Nederlands consul. Het Tropenmuseum in Amsterdam
bezit een schilderij waarop is afgebeeld hoe hij in 1723 met zijn gevolg wordt
ontvangen door de kadi van Izmir. Tiddo Wolthuis bewoont twee kamers in het huis
van deze consul.
Voor uitvoerige gegevens betreffende dominee Tiddo Wolthuis verwijs ik naar het
al genoemde artikel van mr. H. Hesse in de Groningsche Volksalmanak van 1924. In
het artikel ‘Jan Jans en de (klein) kinderen’, van dr. P. Bos, gepubliceerd
in Gruoninga, 1999 staan de gegevens over het gezin van Steven Jans Wolthuis en
Metje Derks Mestingh.
Een verzameling Hiske’s
Menne Glas, Groningen
Onder mijn kwartieren bevindt zich een dame met de fraaie naam Hiske Gajes,
genoemd in diverse publicaties 1. Haar afkomst was echter in de
nevelen van de tijd verhuld. Onderstaand het resultaat van mijn onderzoek naar
haar voorfamilie, met een opmerkelijk hoog Hiske-gehalte: de gehuwde zonen
geboren uit haar oma, stammoeder Hiske Gaijkes, zelf waarschijnlijk kleindochter
van een Hiske Pieters, noemen alle vier hun eerste dochter Hiske! Opvallend is
dat de afstammelingen heel diverse familienamen aannemen in de 19e eeuw: Boerema, Meijer, van der Laan, Doornbos, Bouwkamp, Dijksterhuis en Visser
zijn aangetroffen.
I. Jacob Jans, ovl. Niehove 1732 2, landbouwer, tr. Hiske
Gaijkes, waarschijnlijk dr. van Gaijke Sijwerts en Trijnje Peters.
De veronderstelde ouders van Hiske Gaijkes zijn op 1-4-1683 in Oldehove
getrouwd. Gaijke Sijwerts wordt bij dit huwelijk vermeld als afkomstig van
Oldehove, hij zal een zoon zijn van Sijwerdt Gaijkes, die afkomstig van Oldehove
op 18-7-1647 te Zuidhorn trouwt met de van daar afkomstige Hiske Pieters. Bewijs
voor deze afstamming van Hiske Gaijkes is tot op heden niet gevonden, maar de
zeldzaamheid van de naam Hiske, alsmede het gegeven dat Jacob en Hiske een zoon
de naam Sijwert meegeven maakt het wel waarschijnlijk.
Jacob Jans zou, gezien de vernoeming van zijn kinderen, een zoon van Jan Brands
van Oudswoud en Anje Engberts van Noordhorn kunnen zijn, aan welk toekomstig
echtpaar begin 1674 in Noordhorn attestatie verleend werd om te trouwen.
Jacob Jans en Hiske sijn huisvr. komen voor op de ledematenlijst aangelegd te
Niehove in februari 17212, en wel wonend in de Buijten Buiren
(vergelijk de Binnen Buiren).
Bij de verponding van 1721 3 wordt (een?) Jacob Jans als gebruiker
van 45 ½ gras te Niehove aangeslagen.
Uit dit huwelijk (volgorde deels onzeker):
1. Jan Jacobs, volgt II.1
2. Gaje Jacobs, volgt II.2
3. Anje Jacobs, geb./ged. Oldehove 17/24-5-1716
4. Brand Jacobs, ged. Niehove 16-3-1721, volgt II.3
5. Siewert Jacobs, ged. Niehove 3-6-1725, volgt II.4
II.1 Jan Jacobs, van Niehove, ovl. vóór 29-11-1751, landbouwer, tr.
Niehove 8-3-1733 Lutgert Arents, van Niehove, ovl. ná 26-6-1772; Lutgert
Arents tr. (2) (hc. Niehove 30-11-1751) Jan Cornellis, zn. van
Cornellis Jurjens en Aagtje Pieters.
Na het overlijden van Jan Jacobs bij het Niehoofster Zet wordt op 30-11-1751 4 de inventaris opgemaakt. Voornaamste bezitting is een behuizing met de
beklemming van 50 grazen land onder de klokslag van Niehove, eigendom land:
Raadsheer A[rent] L[udolph] Wichers.
In het huwelijkscontract opgemaakt te Niehove op 30-11-1751 5 tussen
de weduwe Lutske Arents en de Vrije geselle Jan Cornellijs wordt voor de bruid
genoemd Gaije Jacobs als voormond en aangetrouwde broer, Tjeert Arents
sibbevoogd en halfbroer, alsmede Abel Wijrsema vreemde voogd. Deze voogden
hebben op verzoek van Jan Cornellijs op 29-11-1751 6 de eed afgelegd
over de zes minderjarige kinderen van Lutske Arents bij wijlen Jan Jacobs.
Uit het huwelijk van Jan Jacobs en Lutgert Arents:
1. Hiske Jans, ged. Niehove 6-11-1735, begr. Noordhorn 6-2-1798 7,
tr. (1) Oldehove 16-4-1758 Jacob Sijtses, van Saaksum, landbouwer, zn.
van Sijtse Jans; Hiske Jans tr. (2) Oldehove 12-7-1772 Pieter Jans, ged.
Niekerk (Marne) 20-8-1741, begr. Noordhorn 5-3-1784 7, landbouwer,
zn. van Jan Sikkes en Pieterke Jans Hasekamp; Hiske Jans tr. (3) Noordhorn
25-3-1787 Hemme Jans Datema, ged. Hoogemeeden 11-1-1761, ovl. Noordhorn
25-5-1817, landbouwer, zn. van Jan Hemmes en Albertje Alberts; Hemme Jans Datema
tr. (2) eind 1798 8 Grietje Hindriks Trip, ged. Dorkwerd 8-5-1767,
dr. van Hinderik Geerts en Martje Lauwes; Hemme Jans Datema tr. (3) (3e pr. Noordhorn 21-11-1802) Grietje Jeltes Kampstra, ged. Noordhorn 23-7-1752,
ovl. Noordhorn 11-1-1832, dr. van Jelte Gaaijkes en Aafke Jans Camstra.
2. Jacob Jans, ged. Niehove 9-3-1738
3. Trijntje Jans, ged. Niehove 6-3-1740
4. Arend Jans Boerema, geb. Niehove ws. circa 1742 9, begr.
Niehove 7-9-1800 10, schoenmaker, tr. (1) Jantje Roelfs, ged.
Niehove 24-11-1745, dr. van Roelf Garmts en Claaske Gerrits; Arend Jans Boerema
tr. (2) (hc. Groningen 28-4-1784 (sic!)11) Niehove 20-7-1788 Eltje
Geerts Luurtsema, ged. Ezinge 12-8-1753, ovl. Niehove 28-1-1825, dr. van
Geert Jakobs en Martje Lodewijks; Eltje Geerts Luurtsema tr. (1) vóór
21-9-1777 12 Hidde Willems; Eltje Geerts Luurtsema tr. (3) (hc.
Niehove 6-7-180113) Ezinge 27-9-1801 Derk Mennes, ged. Aduard
23-2-1749, zn. van Menne Mennes en Trijntje Meinderts.
5. Jacob Jans Meijer, ged. Niehove 10-3-1744, ovl. Oldehove 12-8-1810,
landbouwer op Barnwerd, tr. vóór 8-11-1772 14 Jantje Geerts,
ged. Ezinge 18-4-1745, ovl. Den Ham 14-9-1826, dr. van Geert Jakobs en Martje
Lodewijks.
6. Simon Jans van der Laan, ged. Niehove 13-3-1746, ovl. Niehove
16-8-1826, landbouwer, tr. (1) Oldehove 22-5-1774 Trijntje Geerts, ged. Oldehove
16-6-1754, dr. van Geert Willems en Claaske Pieters; Simon Jans van der Laan tr.
(2) (hc. Oldehove 18-10-1786 15, att. Niehove 11-1786) Oldehove
12-11-1786 Trijntje Kornelis, ged. Oldehove 24-8-1755, ovl. Niehove 28-7-1823,
dr. van Kornelis Willems en Dietje Pieters.
7. Hilje Jans, ged. Niehove 9-6-1748.
II.2 Gaje Jacobs, van Niehove, ovl. Eenrum 17-6-1779, landbouwer, tr. (1) Antje Alberts; Gaje Jacobs tr. (2) ca. oktober 1751 Anna
Elisabeth Joesten, ovl. Eenrum 17-1-1784, dr. van Joest Harms; Anna
Elisabeth Joesten tr. (1) vóór 1740 16 Folckert Sickes, ovl. vóór
8-7-1750 17, landbouwer, zn. van Sicke Sijwerts en Jobke Folkerts.
Na het overlijden van Antje Alberts zweren voor het gerecht van Middelstum op
10-9-1751 18 aan Hindrik Pieters als voormond, Brant Jacobs als
sibbevoogd en Derk Krijns als vreemde voogd. De wedman inventariseert eveneens
op 10-9-1751 19 de boedel, die Gaje Jacobs mandelig met zijn broer
Brant Jacobs gebruikt. Onder meer 15 koeien, 6 paarden, 5 varkens en 10 schapen.
Bij de afkoop op 1-10-1751 wordt Anna Lijsabeth Joosten toekomende Stee moeder
genoemd; de kinderen zullen na hun opvoeding tot hun 16e jaar 250
cgl. ontvangen, alsmede: ‘t Lijvs toebehoren van der pupillen overledene
moeder Antje Alberts bestaat volgens ackoort (voor ieder pupille) in een bijbel
met silveren krappen en ider kindt een laken’.
Gaje Jacobs hertrouwt met Anna Elisabeth Joesten, weduwe: op 15-9-1751 20 zweren Riewert Folkers, Harm Joosten en Wirk Frericks aan als voormond, sibbe-
en vreemde voogd over haar twee kinderen bij Folkert Sickes.
Op 29-12-1753 21 wordt een akkoord gesloten tussen Jacob Luitjens
voormond, Jacob Jans sibbe en Klaas Egberts vreemde voogd over de minderjarige
pupil van Folkert Sikkes bij Jantjen Jans, Guitjen Jans voor zichzelf en
caverende voor zijn drie kinderen bij Anie Folkers, Geert Jans en Jopke
Folkerts, Rieuwert Folkerts voormond, Harm Joesten sibbe voogd, Wiek Prins
vreemde voogd over de twee minderjarige kinder van Anna Lijsebet Joesten bij
Folkert Sikkes ter eener en Gaje Jacobs en Anna Lijsebet Joesten ter andere
zijde. Het betreft een rentebrief groot 500 cgl. gedateerd 13-1-1731 ten laste
van Folkert Sikkes en diens eerste vrouw Jantje Jans en ten profijte van een
halfbroer (Pieter Gerrits volgens voorafgaande rechtszaak te Eenrum 26-9-1752 22) van Folkert Sikkes "van welke soon buiten lants varende in geen
30 jaren of daarover, sedert zijn vertrek geen taal of tijdinge vernomen is, of
hij leeft of doot is". Het akkoord bestaat daaruit dat "de 3
voorkinderen van Folkert Sikkes onder haar zullen genieten 300 cgl. en desselfs
2 kinderen van ‘t laaste bedde bij Anna Lijsebet Joesten 200 cgl.".
Met zijn tweede vrouw Anna Lijsabet Joosten, als opvolger van haar eerste man
Folkert Sikkes, boert Gaje Jakobs als provinciemeijer vanaf 1752 23 te Eenrum op 47 juk 63 roeden behuisd goed bouw- en hoogland, waarvan 21/2 juk 29 roeden op ‘t Aagt zijn gelegen. De provincie verkoopt de eigendom van
dit land in 1773 24 voor 4075 gl. aan de kerk van Eenrum, waarna op
13-12-1774 25 het echtpaar deze boerderij met nog 5 juk kerkenland
van Westernieland voor 4300 cgl. verkoopt aan hun dochter Hiske Gajes, getrouwd
met Jan Derks, "waarbij verder is geconditioneert dat de verkoopers hun
inwooninge in de behuisinge tot 1mo maij 1775 zullen behouden
mitsgaders het vrije gebruik van t Paart en sjees hun leven lang genieten".
Na het overlijden van Gaje Jacobs volgt een inventaris met afkoop gedateerd
19-10-1779 26, waarin zijn erfgenamen expliciet vermeld staan. Op
4-5-1784 26 wordt tenslotte de erfenis van Anna Elisabeth
Joosten afgewikkeld.
Uit het huwelijk van Gaje Jacobs en Anje Alberts:
1. Jacob Gajes, ged. Niehove 23-8-1739, ovl. Mensingeweer 14-11-1805, tr.
Eenrum (otr. Eenrum 1-5-1779, hc. 11-5-1779 26, att. Mensingeweer
24-5-1779) met Jantje Ekkes, ged. Maarslag 23-8-1741, dr. van Ekke Everts
en Aafke Ennes.
2. Albert Gajes, ged. Niehove 27-11-1740, ovl. Eenrum 13-9-1778, tr.
(otr. Eenrum 19-3-1769) Middelstum 9-4-1769 met Grietje Jans, van
Middelstum.
3. Reijner Gajes, ged. Niehove 21-4-1743
Uit het huwelijk van Gaje Jacobs en Anna Elisabeth Joesten:
1. Hiske Gajes, geb. Eenrum 1752/53 27, ovl. Eenrum 26-5-1809,
tr. (1) (hc. 21-7-1774 28, otr. Eenrum 23-7-1774) met Jan Derks,
ged. Huizinge 4-9-1740, ovl. Eenrum 11-9-1791, zn. van Derk Remmerts en Jantien
Jans; Hiske Gajes tr. (2) (hc. 9-8-1792 28) Eenrum 26-8-1792 met Freerk
Alberts Dijkinga, ged. Hornhuizen 16-2-1738, ovl. Eenrum 18-11-1818, zn. van
Albert Tonnis en Abeltje Freerks; Freerk Albert Dijkinga tr. (1) (hc.
9-8-176034) Eenrum 29 8-1760 met Nantje Onnes, ged.
Eenrum 4-2-1741, ovl. Eenrum 28-2-1788, dr. van Onne Jans en Cornelske Hindriks.
Wordt vervolgd in HDP 2005 nr. 1
Voetnoten
1 Bijvoorbeeld: P.J.C. Elema:
Klaveringa/Klaverenga, in Huppeldepup 2000, blz. 20; of: K.J. Ritzema van Ikema:
Ommelander Geslachten, V.50.3
2 HG (Hervormde Gemeente) Niehove inv.nr. 1, aantekening op Ledematenlijst 1721
3 SA (Staten Archief) inv.nr. 2146, fol. 828
4 RA (Rechterlijk Archief) Westerkwartier inv.nr. 358
5 Ibid. inv.nr. 299, fol. 35v
6 Ibid. inv.nr. 351, fol. 63
7 HG Noordhorn inv.nr. 6, Diaconierekeningen
8 RA Westerkwartier inv.nr. 5, 12-9-1798 aanzwering voogden Waalke Egges, Geert
Hindriks en Pieter Boikema
9 Doopboek Niehove 9-1741 tm. 3-1743 vertoont lacunes
10 Huwelijksbijlages Geert Arends Boerema x Oldehove 22-5-1823 Grietje Jans
Offringa
11 RA Groningen LVIII b1 fol. 223; afschrift hoogst waarschijnlijk fout
gedateerd
12 DTB Ezinge, gedoopt 21-9-1777: Willem, zn. van Hidde Willems en Eltje Geerts
13 RA Westerkwartier inv.nr. 379, fol. 147
14 DTB Niehove, gedoopt 8-11-1772: Lutgert, dr. van Jacob Jans en Jantjen
Geerts
15 Ibid. inv.nr. 301, fol. 126
16 DTB Eenrum, gedoopt 19-4-1740: Joost, zn. van Folkert Sikkes en Lijsabet
Joesten
17 RA Hunsingo inv.nr. 144: Inventaris Folkert Sickes en Anna Lijsabet Joestens
18 Ibid. inv.nr. 359
19 Ibid. inv.nr. 365, fol. 24
20 Ibid. inv.nr. 141
21 Ibid. inv.nr. 201
22 Ibid. inv.nr. 138
23 SA inv.nr. 2518/28/38/74/76/78/80/82, Rekeningen Kloostergoederen
24 HG Eenrum inv.nr. 111
25 RA Hunsingo inv.nr. 202
26 Ibid. inv.nr. 204
27 Bij overlijden 56 jaar; Doopregister Eenrum onvolledig
28 RA Hunsingo inv.nr. 204
29 Ibid. inv.nr. 201
30 Opgetekend in trouwboek Hornhuizen
Groningse voorouders van de overgrootmoeder van Hendrikje van Andel-Schipper, ´s werelds oudste persoon door Reid van der Leij kunt u in HuppelDePup
lezen
evenals
Allem@@l digit@@l (dertien) van
Antonia Veldhuis over interessante homepages en nieuwe digitale bestanden.
Tips zijn welkom.
Het voorwoord hiervan om u nieuwsgierig te maken:
Deze keer slechts drie homepages, maar wel drie waar u uren, zo niet dagen, zoet
mee bent. Nuttige achtergrondinformatie en leuke aankleding voor uw genealogie.
Ik zou voor de ervaren internetgebruikers mogelijk kunnen volstaan met het
noemen van de links http://kunststuk.kennisnet.nl/KunststukK.html, www.geheugenvannederland.nl en www.20eeuwennederland.nl. Voor degenen die wat minder bedreven zijn of
willen weten wat ze kunnen verwachten volgt hieronder een uitgebreidere
beschrijving. In HDP dus.
Harm Selling wijst op zijn nieuwe website over Winschoten ( www.genealogiewinschoten.nl),
die naast zijn bestaande webpagina "Genealogie in Groningen" (www.genealogiegroningen.nl) komt.
Nieuws van de archieven staat onder redactie Henk Hartog. Hij
behandelt nieuwe toegangen op archieven, genealogieën en vertelt over het
nieuwe cursusprogramma.
Nieuwe boeken: Verschenen of nog te verschijnen wordt geschreven door Eilko van der Laan.
De titels:
Tussen Sappemeer en Nieuw-Amsterdam. Veengebied Groningen-Drenthe vastgelegd
door Amsterdamse fotografen.
Eb en vloed in Groningen. De stad als zeehaven. (H.J. de Lange)
Een vergeten plattelandselite. Eigenerfden in het Groninger
Westerkwartier van de vijftiende tot de zeventiende eeuw. (H. Feenstra en
H.H. Oudema).
De belasting op het gemaal in Stad en Ommelanden 1594-1856. (B.D.
Poppen).
De St.- Franciscuskerk te Groningen. 1934-2004. (E. van der Werff).
Een uitgebreidere beschrijving staat in HDP.
Evenals
Vragen en antwoorden
onder redactie van Thijs IJzerman
Bij dit nummer was de inhoudsopgave en index bijgesloten van de jaargang 2004 van HuppelDePup.
|