januari 2001: Groningse Rechterlijke Archieven
Door Femke en Lars Roobol

Het Groninger recht
Op de kaart hierboven ziet u Groningen en de kop van Drenthe, zoals zij
afgebeeld staan op de achterkant van ons afdelingsblad "Huppeldepup".
Deze kaart toont de indeling van Groninger in de 6 rechterlijke gebieden Fivelingo, Gorecht (Selwerd en Sappemeer), Hunsingo, Oldambt, Westerkwartier en Westerwolde. Het kennen van het juiste rechterlijke gebied is
onontbeerlijk om een bepaalde akte in de Groningse oud-rechterlijke archieven te
lokaliseren. (klik op de kaart voor een grote versie, zodat u ook de
afzonderlijke gemeenten kunt zien, volgens de gemeentelijke indeling 1811-1829).
Eigenlijk kan men niet over het oud-Gronings recht spreken, als een
eenheid, omdat de hierboven genoemde gebieden er allemaal afwijkende regels
op na hielden. Het is niet ons doel om u op deze plaats wegwijs te maken in deze
subtiliteiten, daarvoor verwijzen wij graag naar het boek van
Paul Brood en de verwijzingen daarin. Het is wel ons doel om de
genealoog die net zijn "namen en data" op een rijtje heeft en deze nu
wil aanvullen met wetenswaardigheden uit de Groningse Oud-Rechterlijke Archieven
(ORA) een beetje te helpen bij de eerste schreden op dat pad.
ORA: algemeen
Net zoals het begrijpen van een notariële van nu menigeen hoofdbrekens zal
bezorgen, werden er ook vroeger woorden gebruikt in akten die moeilijk te
begrijpen zijn. Dit niet alleen voor ons, maar ook voor de niet-ingewijden die
toen leefden. Veel van deze woorden komen namelijk uit het latijn.
Er zijn dan ook in de loop der eeuwen een aantal hand- en woordenboeken
uitgekomen, waaronder het in 1785 verschenen Practisyns Woordenboekje van
F. L. Kersteman. Dit boekje is in facsimile heruitgegeven, zie onderaan voor
meer informatie.
De akten zitten vaak ingebonden in dikke boeken, die u moet aanvragen. In
Groningen staat alleen een klein deel van het ORA van de ommelanden in fotokopie
op de studiezaal, terwijl het ORA van de stad op microfiche te raadplegen is.
Het komt niet vaak voor dat er een index op namen is gemaakt, ook zullen
allerlei soorten akten door elkaar staan. Meestal betekent onderzoek doen
in deze archieven: beginnen met lezen bij bladzijde 1, en akte voor akte kijken
of er iets van uw gading bij zit.
Ook zullen de akten vaak niet door een notaris zijn ondertekend, het
notarisambt zoals wij dat kennen heeft pas in de vroege 19e eeuw zijn
definitieve vorm gekregen. In Westerwolde waren het twee richters en een drost
die de akten verleden, maar men kon ook bij de pastor en de kerkvoogden terecht.
terwijl in het Oldambt men naar de drost, de pastor en kerkvoogden , of
naar de burgemeesters en raad (in Holland heette dat "schout en
schepenen") van de stad Groningen toe kon.
Typisch Groningse fenomenen
Huwelijkscontracten
Het opmaken van een huwelijkscontract was in Groningen meer in zwang dan
elders in het land. Hierin werd het erfrecht en het bezit van de boedel
("huwelijkse voorwaarden", of "in gemeenschap van goederen")
geregeld.
Een veel gemaakte keuze was dat ieder een bepaald startkapitaal (geld
of goederen) "inbracht", dat dan gemeenschappelijk was. Alle winst en
verlies tijdens het huwelijk werd ook gelijk verdeeld. Maar als er iets viel te
erven, dan viel die erfenis vaak buiten de gemeenschap van goederen. Zo hield
men bijvoorbeeld land en kapitaal "in de familie".
Bij het opmaken van zo'n contract werd vaak een flink deel van de
familie opgetrommeld als getuige. Een voorbeeld hiervan is (Oldehove, toegang
735 inv. nr. 302, fol. 79, 9 april 1794):
Tot
Dedigslieden [getuigen] zijn hier an en over geweest aan
Bruidegoms zijde Hindrik Franssen volle
broeder, Menne Hindriks en Wijtske
Franssen zwager en suster, Jantje
Franssen volle suster, Abraham Hartsema en Bauke
Franssen, zwager en suster Frans
Ites neef. aan
kante van de Bruid Eelkje Doeijes volle moeder, Jan Fridses volle oom.
[volle
moeder: geen stiefmoeder, volle oom: een broer van moeder of vader, dus geen
aangetrouwde oom.]
Dat huwelijkscontracten een genealogische goudmijn kunnen zijn hoeven wij na
dit citaat niet meer uit te leggen. Zeker in een streek waar men alleen
patroniemen treft is het kennen van de familierelaties tussen de leden van zo'n
groep vaak van onschatbare waarde.
Op de website van Dick Kuil staat een index
van alle huwelijkscontracten in de provincie Groningen (exclusief de stad
Groningen) van vóór 1750. De gegevens uit het ORA zijn bovendien aangevuld
met gegevens uit huwelijkscontracten en testamenten
uit een groot aantal familie- en boerderij-archieven.
De Groninger Archieven hebben op de studiezaal een index staan waarin ook de
huwelijkscontracten tussen 1750 en 1811 zijn verwerkt.
Velleianus
In veel akten worden zaken verkocht door een echtpaar. In het noorden van het
land komt men in dit verband vaak de term "vrouwelijk beneficium" of
"beneficium
Sen. Cons. Velleiani
et Authentica si qua mulier" tegen. Op wat dit betekent is al in een
aflevering van HuppelDePup in 1997 een antwoord gegeven door de heren J. van
Campen uit Roden en K. P. Wegener uit Voorburg. Wij citeren hieruit:
Ter
versterking van de positie van crediteuren werd in Groningen in de akten voor de
zekerheid opgenomen: "... verwerpt zij, vrouwe (of: met renunciatie van)
het beneficium Sen. Cons. Velleiani
et Authentica si qua mulier ...". Dit
werd gedaan om de uitzonderingspositie nadrukkelijk te accepteren, of juist,
tegenovergesteld, te verwerpen.
Meier en Beklemrecht
Een veel voorkomend fenomeen in het 18e eeuwse Groningen was de meijer. Net zoals er in de jaren 1990
experimenten gedaan werden door woningbouwcorporaties waarbij de huurders de binnenmuren
van hun flat konden kopen, zo waren er vroeger ook bijzondere vormen van
verhuur.
Een bekend voorbeeld is de (erf)pacht, een huurovereenkomst die niet kan
worden opgezegd door de verhuurder, tenzij de huurder de pachtsom een aantal
malen niet betaalt. De pachter geniet dus een sterke mate van
"huurbescherming".
Een ander voorbeeld is een constructie waarbij men land huurt van een ander,
waarbij men de toestemming heeft om dat land te gebruiken om er een huis op neer
te zetten, en om er planten op te verbouwen. Deze goederen "boven de
grond" bleven eigendom van de huurder, die meijer werd genoemd.
Omdat er een huis op stond, had de grond geen "vrij uitzicht" meer,
men zei dat de grond "beklemd" was. De term "beklemde meijer"
werd ook wel gebruikt. Bij vertrek van de meijer werd de bebouwing opgekocht
door de eigenaar van het land. Eventueel werd er in termijnen betaald.
Verder lezen
-
Het oude Groninger recht in Hoofdlijnen, door Paul Brood,
uitgegeven door REGIO-PRojekt te Groningen, ISBN 90-5028-131-1, voor 30
gulden te koop bij de Groninger
Archieven.
-
Practisyns Woordenboekje, door F. L. Kersteman, gezamelijk
uitgegeven door het C.B.G. in den Haag (ISBN 90-70324-89-X) en REGIO-PRoject
in Groningen (ISBN 90-5028-009-9). Het boekje is via de website
van het CBG te bestellen.
|