|
HUWELIJKSCONTRACT AECHTE BOELENS EN EDSO NANTKES, 1630 Aechte Boelens, overleden na 20 januari 1652. Zij is getrouwd in Appingedam HC 27 september 1630 met Edso [ook: Edse] Nantkens, geboren niet ná 1585, landbouwer te Hellum (G), overleden vóór 6 januari 1652, ouders onbekend 1630, 27 september ‘Boele Jans ende Dewere, echteluiden in de Zeerijp’ zijn aanwezig bij het opstellen van het huwelijkscontract tussen hun dochter Aechte Boelens met Edso Nantkes (zie hierna). Als broer van de bruid treedt een Jan Jacobs op. Het zou kunnen dat deze vol vernoemd is naar zijn grootvader van moederskant. Huwelijkscontract tussen de ‘eer ende achtbaeren’ Edso Nantkes, bruidegom ten eenre, ende oock de eer ende deugetsame jonge dochter Aechte Boelens bruit, dochter van Boele Jans ende Dewere, echteluiden in de Zeerijp woonachtich ter ander sijden’. Getuigen aan bruidegomszijde: Tamme Nantkens[1] de bruidegoms broeder, Meerten Jacobs ende Jan Willems ter Borch. Aan bruidszijde: Boele Jans ende Dewere, vaeder ende moeder, de E. [=edele] Hebele Jans des bruits ome, Cornellis Geerts, swager ende Jan Jacobs des bruits broeder. ‘Tot meerder vestenisse hebben wij Geert Luitken, Jan Selis ende Doecke Luïnckhuisen, Borgemesteren ten Damme onses stadts zegel an desen antenuptiale instrumente uit comparantens begeerte gehangen’. Dus: het contract is opgemaakt door de burgemeesters van Appingedam. Bijgeschreven: ‘(noch stont onder de gelijcke: Ick bekenne ontfangen toe hebben dese bovengeschreven seevenhondert emder gl. ten vollen betaelt. onderstont Edso Nantkens’) Dan een stukje leeg: En onderaan de folio in klein kriebelschrift een aantekening, die van belang is, het lijkt een kladje: ‘Claes Frerix N.N. sorores - Aechte Boeles conjuges Edso Nantkens Bouwijn Edses Edse Siabbes[2] Een soort mini-genealogietje is het. Waarbij genoteerd wordt dat de vrouw van Claes Frerix en Aechte zusters zijn. Vermoedelijk is dit er later bijgeschreven door een rechter die de graad van verwantschap uitzocht i.v.m. erfrecht. Overigens klopt het wél (zie hierna). Bouwijn is een dochter en Edse een kleinzoon. [1] Zijn naam staat op de klok van Hellum anno 1620, hij was toen één van de kerkvoogden. Zie: GDW 1923 [2] GrA Collectie Keiser, inv. nr. 23
|