|
AALTJE JANS, WEDUWE JACOB ARIENS, ERFGENAME VAN JACOB YWEMA, ADUARD 1738 1738/1739: De oude Jacob Ywema is overleden. Op 15 maart 1728, toen Jacob Ariens nog leefde, had Jacob Ywema al een testament gemaakt, waarin hij het door hem bewoonde huis te Aduard met het heem en verdere bijgebouwen en met alle roerende goederen die zich in het huis bevonden (inclusief linnen, wol en zilver) naliet aan Jacob en Aaltje.[1] Alleen het geld en de waardepapieren, zoals obligaties, eigendomsbewijzen e.d., die zich in het huis zouden bevinden, zouden voor de officiële erfgenamen uit de familie van Jacob Ywema zijn. Aaltje wendt zich tot het gerecht en vraagt om bescherming, zij laat het testament zien. De overige erfgenamen van Jacob Ywema, onder aanvoering van Cornellis Jacobs uit Hoogemeeden[2], willen de boedel nl. al gaan verdelen. Aaltje heeft flink moeten vechten om haar recht te halen, want de overige erfgenamen wilden steeds het huis in om de spullen eruit te halen. De rechtbank verzegelt het huis en de verdeling mag niet geschieden voordat er eerst een inventaris is opgemaakt. Na maanden van getouwtrek tekent Aaltje uiteindelijk voor haar toestemming dat er inventarisatie van de boedel mag plaatsvinden, onder het uitdrukkelijk beding dat zijzelf en het gerecht bij de inventarisatie aanwezig zijn. Ze was dus echt bang dat de spullen door de erfgenamen uit het huis gehaald zouden worden.[3] De inventaris wordt vervolgens opgemaakt en gesloten op 20 november 1738: ‘Staat en Inventaris op versoeck van Cornellis Jacobs en cons. in qlt. en op acquiescement [=met toestemming] van Aaltjen Jans wed. van wijlen Jacob Arijs in qlt. ingevolge acte van den 12 sept. 1738 opgemaakt ten sterfhuise van wijlen Jacob IJwema van sodane goederen als bij den selven sijn nagelaten en ten sterfhuise bevonden’. We geven de inventaris hieronder gedeeltelijk weer. We laten het geld en de (waarde)papieren weg, want die behoren niet tot hetgeen Jacob Ywema aan Aaltje naliet. De overige spullen, die zij samen met het huis wél erfde, waren: Een puelpit(r)um [=een bureau], hierin zaten 5 laden, de eerste 3 waren leeg, in de overige twee laden en in een koftje waarin een zak zat, zaten 41 verschillende acten, zoals, huwelijkscontract, obligaties, pachtbrieven, aankomstbrieven (koopakten van onroerend goed), voogdij-administraties e.d. Al deze akten worden stuk voor stuk opgesomd en kort beschreven. Deze papieren zijn voor de familieleden van Jacob Ywema. De rest zou dan voor Aaltje moeten zijn. Handtekening Aeltjen Jans Jacob Aries (toevoeging 'wed.' is ze vergeten) [1] In 1738 staat er alleen ‘aan haar’ =Aaltje, maar ws. kwam dit omdat haar man reeds was overleden en het legaat nu dus op haar over was gegaan; trouwens: dit kan in de 18e eeuw ook ‘aan hen’ betekenen. [2] Hij treedt op namens: zichzelf, Jan Jacobs, Julle Jacobs, Albert Luitjens en vrouw, Gerrit Gerrits en vrouw, de heer Monstercommissaris Van der Swaag en vrouw, Anje Drewes, wed. van Peter Medema, Ailke Cornellis, Gale Drewes en Duurt Derks. [3] GrA r.a. WK, inv. nr. 148, 16-7, 1, 8 en 22-8, 5, 12, 17 en 26-9, 3, 9, 16, en 23-10, 13 en 20 nov. 1738
|